Boete voor Canadese veteraan blijkt verzonnen
NRC Handelsblad zal vandaag een artikel publiceren waarin eerdere
publicaties over een Canadese oorlogsveteraan die van een NS-conducteur
een boete zou hebben gekregen, worden rechtgezet. De affaire, die NS en
Nederland in binnen- en buitenland veel schade bezorgde, blijkt verzonnen.
Op 8 mei werd in NRC Handelsblad een bericht geplaatst over een Canadese
oorlogsveteraan die een boete van 35 euro gekregen zou hebben omdat hij
met een kaartje naar Haarlem in de trein naar Arnhem zat. Omdat NS dit
op het eerste gezicht niet in het ‘boetebeleid’ passende betreurenswaardige
incident graag wilde uitzoeken en rechtzetten, is lang gespeurd naar de
Canadees en naar de betrokken conducteur. Toen die niet gevonden konden
worden, is gezocht naar de schrijver van het in NRC geplaatste bericht.
Inmiddels is komen vast te staan dat het verhaal verzonnen is door de
inzender van het bericht. Een schrijfster van een ingezonden brief, die
beweerde getuige te zijn geweest van het incident, heeft toegegeven dat
ook dat een verzinsel was. Helaas heeft dit niet gebeurde incident gezorgd
voor veel negatieve berichtgeving over NS en over Nederland en voor tientallen
verontwaardigde reacties. NRC plaatst vandaag een uitgebreid verslag van
het gebeurde. Daarin wordt ook toegelicht dat er weinig controle is op
ingezonden berichten en brieven. NS heeft de schrijver van het verzonnen
verhaal uitgenodigd voor een gesprek. (Bron: NS)
Het vandaag verschenen artikel in NRC Handelsblad:
Een ‘ikje’ op de achterpagina van deze krant, 8 mei, verhaalt
over een bevende Canadese oorlogsveteraan die per trein reist van Amsterdam
naar Arnhem en per abuis een kaartje naar Haarlem in zijn bezit heeft.
De dienstdoende conducteur ‘betrapt’ hem en „vertelt
onze bevrijder dat hij een nieuw kaartje moet kopen en 35 euro boete moet
betalen”. De schrijver, Michael van der Valk, sluit
als volgt af: „Nederland. NS. Buiten buitelt een kievit naar beneden.”
Het voorval leidde tot grote verontwaardiging, over het morele afglijden
van Nederland in zijn algemeenheid en het vermaledijde nieuwe boetebeleid
van de NS in het bijzonder. Commentatoren in binnen- en buitenland zagen
in de schoffering die de Canadees zich moest laten welgevallen het zoveelste
bewijs dat in het ‘spijkerharde’ Nederland van nu regels prevaleren
boven rechtvaardigheid. „De conducteur handelde in de geest van
Rita Verdonk”, schreef Trouw.
De Canadese website Daimnation legde een verband tussen de veteraan en
de behandeling van van Ayaan Hirsi Ali: „A Dutch conductor recently
gave a Canadian war vet a hard time on a train. It seems he got on the
wrong train – he was travelling to a memorial service in Arnhem
and mistakenly got on a train to a city with a similar name. Notwithstanding
that he was wearing full uniform with medals the conductor gave him a
rough time and fined him on the spot. Apparently no one on the train had
the cojones to say anything. Fuck ’em. They don’t deserve
Ayaan Hirsi Ali anyway.”
Lezers van NRC Handelsblad maakten zich ook boos: op 9 mei plaatste de
krant enkele ingezonden brieven, waaronder die van ‘ooggetuige’
Vera van der Does. „Ook ik bevond mij in die bewuste trein”,
schreef ze. Van der Does ‘bevestigde’ in grote lijnen de lezing
van Van der Valk.
Maar, klopte het verhaal wel? Nee, zo leren de uitvoerig gecontroleerde
feiten , het ‘ikje’ was voor de helft verzonnen, het ‘ooggetuigenverslag’
in zijn geheel.
Michael van der Valk, geeft nu aan deze krant toe dat
hij zijn fantasie de vrije loop liet gaan. Het voorval met de Canadees
had wel plaats, zegt Van der Valk, maar het gebeurde al een jaar geleden,
in mei 2005. Dat is een essentieel verschil, want het nieuwe boetebeleid
van NS ging pas op 1 oktober 2005 in. Het voorval zoals beschreven kan
nooit zo hebben plaatsgehad. Volgens de oude regeling hoefde de Canadees
in de trein alleen het verschil bij te betalen – Amsterdam-Arnhem
is een langere afstand dan Amsterdam-Haarlem – een bedrag van ongeveer
30 euro.
Ter verduidelijking: de nieuwe regeling houdt in dat reizigers zonder
geldig plaatsbewijs in principe een boete van 35 euro moeten betalen.
Deze kan achteraf alsnog worden kwijtgescholden als blijkt dat er aantoonbare
bijzondere omstandigheden waren: kapotte kaartjesautomaat, abonnement
vergeten, verloren of gestolen portemonnee etc. Als de conducteur het
idee heeft dat een boete niet terecht is, kan hij een ‘uitstel van
betaling’ (UvB) uitschrijven, waarop hij de situatie uiteenzet.
De afdeling klantenservice van NS in Utrecht controleert vervolgens het
verhaal van de klant klopt en filtert bovendien recidivisten er uit.
Sinds de invoering van het nieuwe boetebeleid kreeg de directie van NS
veel kritiek, ook uit eigen gelederen, omdat conducteurs nauwelijks ruimte
kregen om af te wijken van de regel: altijd beboeten. Het ‘Canadese
incident’ was voor velen de bevestiging: NS gaat veel te rigide
met zijn klanten om. Volgens John Krijgsman, woordvoerder van NS, is dit
niet zo en doen zich regelmatig bijzondere omstandigheden voor. „Het
grote verschil met vroeger is dat de finale afweging niet gemaakt wordt
door de conducteur, maar nog een keer objectief wordt getoetst door de
afdeling klantenservice.”
NS voelde zich na de publicatie van het ‘ikje’ gegeneerd en
wilde, ervan uitgaande dat het verhaal waar was, de kwestie snel rechtzetten.
Hier zou best eens sprake kunnen zijn van ‘bijzondere omstandigheden’.
Aan het loket waar de oude Canadees zijn kaartje kocht was de Engelse
uitspraak van ‘Arnhem’ mogelijk verstaan als ‘Haarlem’,
dacht NS. En de oud-strijder had niet meer naar zijn plaatsbewijs gekeken,
maar wist wél de trein naar Arnhem te vinden. NS ging op zoek naar
de veteraan; hij zou excuses én financiële genoegdoening ontvangen.
„Het grootste probleem was dat niemand ons kon vertellen op welk
tijdstip en waar het incident was gebeurd”, zegt Krijgsman. „We
zijn dagen bezig geweest met het opsporen en bevragen van tientallen conducteurs
die dienst deden op treinen tussen Amsterdam en Arnhem.” Mondeling
noch schriftelijk vond NS een bewijs voor een boete opgelegd aan een Canadese
veteraan. Dat klopte, want er was nooit een veteraan beboet. Krijgsman:
„Nu de feiten over het voorval met de Canadees grotendeels blijken
te zijn verzonnen, heeft NS niet alleen tientallen uren nodeloos zoekwerk
verricht maar – veel erger – flinke imagoschade opgelopen.”
Waarom nam Michael van der Valk het niet zo nauw met de feiten? Van der
Valk zegt zich regelmatig te ergeren aan de service van NS en hij wilde
dat op deze manier van zich afschrijven. „En ook al was het vorig
jaar. De Canadees had met meer respect moeten worden behandeld. Waarom
krijgen oorlogsveteranen die naar Nederland komen niet een gratis treinkaartje?”
Vera van der Does reageerde met een brief na lezing van
het ‘ikje’ van Van der Valk. Het motief voor haar verzinsel
was boosheid over het feit dat niemand, ook Van der Valk niet, het voor
de Canadees had opgenomen. „Het was een cynische reactie die ik
zo heb ingekleedt (sic!) als ware ik ook in de bewuste trein aanwezig”,
schrijft ze per e-mail.
Voor de redactie van NRC Handelsblad rijst de vraag: hoe konden deze beide
stukjes in de krant komen? Het ‘ikje’: de krant checkt deze
hele korte stukjes niet op hun waarheidsgehalte. De hoofdredactie zegt
dat de rubriek is bedoeld om lezers persoonlijke voorvallen te laten vertellen;
controle van de feiten is onbegonnen werk. Voor brieven zijn de regels
strikter. „De briefschrijver moet voor ons traceerbaar zijn. We
plaatsen nooit brieven onder pseudoniem. En we bellen ook af en toe schrijvers
op om te zien of de informatie klopt”, zegt opiniechef Marc Leijendekker.
Maar de brief van Vera van der Does leek een prima bevestiging
van het ‘ikje’ en werd derhalve niet nagetrokken. Fantasie
volgde op fantasie.
Stel dat er, nu, een „trillende Canadese oorlogsveteraan”
met een verkeerd kaartje zou worden aangetroffen in de trein, wat zou
een conducteur dan doen? Krijgsman: „Ik kan me niet voorstellen
dat hij een boete zou opleggen. Maar eigenlijk doet het er niet meer toe.
Punt is: het verhaal was gewoon niet waar.
|